Veel voorkomende klachten kraambed bij de moeder

Het zwangerschapshormoon progesteron heeft een verslappende werking op je spieren. De vaatweerstand van de bloedvaten wordt dus ook minder. Progesteron zorgt voor een trage darmwerking. Je darmen nemen meer vocht op en dat zorgt ervoor dat je ontlasting harder kan worden. Door harde ontlasting en lang persen kunnen aambeien ontstaan. Aambeien kunnen ook ontstaan zonder dat je last hebt van obstipatie. Dit wordt dan veroorzaakt door de zware druk van de zwangere baarmoeder op de bekkenbodem.

Adviezen:

  • Voorkom harde ontlasting door minimaal 2-2,5L te drinken per dag.
  • Probeer zoveel mogelijk vezelrijke producten te eten, zoals volkoren producten (brood, pasta, zilvervliesrijst), groenten, rauwkost en fruit.
  • Ga als je aandrang hebt, direct naar het toilet en blijf daar niet te lang zitten. Je mag gerust kortdurend persen.
  • Curanol (aambeienzalf en tabletten) kan je eventueel halen bij je drogist of apotheek. 

Na de bevalling verlies je bloed uit de wond die de placenta achterlaat in de baarmoeder. Dit bloedverlies kan meer zijn dan bij een heftige menstruatie, zeker de eerste 24 uur na de bevalling. Je kunt ook een flink stolsel verliezen, soms zo groot als een tennisbal. Dit is normaal en hier hoef je je geen zorgen om te maken. Wanneer je echter veel bloed gaat verliezen (het blijft maar stromen of er komen meerdere flinke stolsels), is het belangrijk dat je ons meteen belt. Probeer regelmatig te gaan plassen. Als je blaas leeg is kan de baarmoeder beter samentrekken waardoor het bloedverlies vermindert. In de loop van de kraamtijd zal het bloedverlies steeds minder worden en veranderen van kleur (het wordt donkerrood/bruin). Meestal is het bloedverlies 6 weken na de bevalling helemaal over.

Soms worden pijnlijke tepels en tepelkloven mede door een schimmel veroorzaakt: een spruw-infectie. Bij een spruwinfectie ziet de tepel er vaak glanzend en rood uit. De tepel is pijnlijk. Deze pijn wordt vaak als brandend en prikkend of stekend in de borst omschreven. Bij het opnieuw aanleggen verdwijnt de pijn niet.
Je kind gaat vaak slechter drinken, laat tijdens het drinken de borst vaak los en heeft meestal witte plekjes in de mond die met een gaasje niet weggeveegd kunnen worden. De baby kan soms klakkende geluiden maken tijdens het drinken. Spruw is ongevaarlijk, maar wel pijnlijk en lastig want moeder en kind kunnen elkaar blijven besmetten. Bij spruw moeten zowel moeder als kind behandeld worden, als je borstvoeding geeft. Neem hiervoor contact op met de huisarts. Ook bij flesvoeding kan spruw ontstaan. In dat geval hoeft alleen je baby behandeld te worden. Je dient dan wel extra alert te zijn op goede hygiëne bij het schoonmaken van de flessen en spenen en de verzorging van de baby.

Na een bevalling kan het zijn dat je gehecht moet worden. In de meeste gevallen genezen hechtingen goed en lossen ze vanzelf op. De hechtingen kunnen wel wat gevoelig en/of gezwollen zijn.

Het is belangrijk de hechtingen goed schoon te houden door te spoelen met water (geen zeep). Spoel ook tijdens het plassen, de urine kan namelijk een branderig gevoel geven. De kraamverzorgende controleert de wond elke dag en belt ons indien het niet goed dreigt te genezen.

Adviezen:

  • Om er voor te zorgen dat de klachten en de zwelling wat vlotter afnemen kan een koud kompres helpen. (Tip: stop appelstroop in een zakje in de vriezer)
  • Tegen de pijn mag je paracetamol nemen (2x500mg à zes uur).
  • De hechtingen lossen vanzelf op. Aan het eind van de eerste kraamweek kunnen indien nodig pijnlijke hechtingen verwijderd worden door de verloskundige.

Meer dan de helft van de pas bevallen vrouwen heeft last van kraamtranen tussen de 3e en 6e dag na de bevalling. Vaak komt dit door een combinatie van hormonen, vermoeidheid, last van stuwing, hechtingen, onzekerheden en de verwerking van het grootste life-event: de geboorte van je kind. Het uit zich vaak in (onverwachte) huilbuien, verdrietig zijn en/of prikkelbaarheid. In de meeste gevallen gaat het vanzelf weer over na een aantal dagen. Probeer goed te rusten en niet te veel kraamvisite te ontvangen. Probeer er over te praten met anderen en laat het even allemaal over je heen komen. Blijven de negatieve gevoelens overheersen, dan is het goed om dit bij ons of bij de huisarts aan te geven. Wij zullen dan samen met jullie bekijken hoe we kunnen helpen.

Om het bloedverlies na de bevalling te beperken en de baarmoeder te laten krimpen, trekt de baarmoeder ook tijdens de kraamtijd nog samen. Dit kan een weeënachtige kramp geven: naweeën. In principe is dit dus een positief verschijnsel, maar het kan wel echt pijnlijk zijn. De naweeën zullen langzaamaan minder worden en zijn meestal na 48 uur verdwenen.

Adviezen:

  • Paracetemol (2x500mg) à zes uur en een warme kruik kunnen verlichting bieden.

In de eerste week kunnen door de toegenomen doorbloeding en de aanmaak van borstvoeding de borsten gespannen zijn. Meestal is dit rond de vierde dag het hevigst: dit heet stuwing. De borsten kunnen flink pijnlijk en gezwollen aanvoelen. Het is normaal en gaat ook weer over. De ergste stuwing kun je voorkomen door de baby de eerste dagen en nachten vaak te laten drinken (ongeveer elke 3 uur). De stuwing verdwijnt zodra de melkproductie is afgestemd op de behoefte van de baby.

Adviezen:

  • Goed aanleggen, afwisselen van houdingen, voeden op verzoek en ’s nachts voeden helpen de stuwing zo veel mogelijk te voorkomen.
  • Je kunt voor de voeding de borsten warm maken door middel van een warme douche of warmte kompressen. Na de voeding kunnen koude kompressen vaak verlichting geven.
  • Eventueel kun je maximaal 1 keer per dag je borsten goed leegkolven. Overmatig tussen de voedingen door kolven om de spanning te verminderen bevordert juist de stuwing en kan leiden tot overproductie.
  • Stuwing kan wat verhoging van je lichaamstemperatuur geven. Mocht de temperatuur boven de 38,0 gr. komen, neem dan contact met ons op.
  • Bij flesvoeding kan je een strakke BH dragen vanaf de geboorte om de stuwing te beperken

De eerste dagen heeft bijna iedere moeder wel last van gevoelige tepels. Dit komt door het uitrekken van het spierweefsel. De pijn hoort na een paar dagen te verminderen.

Het eerste aanzuigen van de baby mag pijnlijk zijn, daarna moet de pijn verdwijnen. Mocht het drinken pijnlijk blijven, dan kan de baby het beste opnieuw worden aangelegd. Als het kind heeft gedronken terwijl hij verkeerd is aangelegd kunnen kleine scheurtjes in de tepel ontstaan. Het niet goed aanleggen is één van de belangrijkste oorzaken van tepelkloven. De klachten worden meestal veroorzaakt doordat de tepel en tepelhof niet ver genoeg in de mond zijn gebracht of door een verkeerde voedingshouding.

Adviezen:

  • Zorg dat je kind de tepel goed in de mond heeft. Wanneer dit niet het geval is; opnieuw aanleggen. Besteed veel aandacht aan het goed aanleggen, dit bespaart je tepelkloven.
  • Probeer in verschillende houdingen te voeden.
  • Verdeel een druppel moedermelk over de tepel en laat dit indrogen. Je kunt ook speciale tepelzalf met lanoline of wolvet gebruiken.
  • Laat je tepels aan de lucht drogen, bijvoorbeeld tijdens het slapen.
  • Soms kan een tepelhoedje een tijdelijke oplossing zijn. Hiermee zijn je tepels iets beschermd tijdens het voeden.
  • Ben je gevoelig voor schimmelinfecties of heb je het idee dat je kind spruw heeft? Laat dit dan behandelen via de huisarts. Spruw kan namelijk ook pijnlijke tepels of pijn tijdens het voeden veroorzaken.

Veel voorkomende klachten kraambed bij de baby

Bijna alle baby’s krijgen darmkrampjes. De darmflora van de baby moet nog opgebouwd worden en ze zijn nog niet gewend aan het verwerken van voeding. Het is een normaal proces en de baby kan hier wel tot vier maanden na de geboorte last van hebben. Een baby met darmkrampjes beweegt vaak onrustig met de beentjes, heeft een rommelende buik, heeft veel zuigbehoefte en huilt soms. Een echte oplossing voor darmkrampjes bestaat niet, verlichting proberen te geven kan wel.

Adviezen:

  • Warmte en constante druk op de buik kan verlichting geven, leg de baby op je borst, onderarm of over de schouder.
  • Laat de baby zuigen op je pink.
  • Een warm badje kan verlichting geven.
  • Maak voorzichtig fietsende bewegingen met de benen als je baby op zijn rug ligt.

De meeste baby’s worden enkele dagen na de geboorte een beetje geel, ongeacht hun eigen huidskleur. Dit komt doordat een bepaalde afbreekstof (bilirubine) uit het bloed in de huid van de baby terecht komt. De stof bilirubine wordt uitgescheiden door de lever. Na de geboorte ontstaat er meer bilirubine dan de lever kan uitscheiden. Dat kan meestal geen kwaad en gaat na een paar dagen tot 2 weken vanzelf weer over. Doordat de baby plast en poept raakt de baby de geelheid kwijt. Indien de baby té geel is, kan de hoogte van de bilirubine getest worden met een bloedtest in het ziekenhuis. Als de uitslag te hoog is, wordt de baby meestal in het ziekenhuis behandeld met lichttherapie.

Na een geboorte met behulp van een vacuümpomp kan een baby hoofdpijn hebben of misselijk zijn. Dit is te merken doordat de baby geprikkeld/huilerig reageert bij optillen en bewegingen.

Adviezen:

  • Geef je baby zo veel mogelijk rust.
  • Door de hoofdpijn wil de baby soms minder goed drinken. Probeer wel iedere 3 uur voeding aan te bieden, ook al moet de baby wakker gemaakt worden.
  • Als de baby erg veel last heeft van de hoofdpijn kan worden overwogen de baby een baby-paracetamol te geven. Doe dit alleen in overleg met ons of het ziekenhuis.

Sommige baby’s hebben na de bevalling last van misselijkheid. Dit kan komen door een snelle bevalling of door het vruchtwater/bloed wat ze hebben ingeslikt. Door de misselijkheid kan de baby geen zin hebben in drinken, of soms kokhalzen of spugen. Bij het spugen kan het zijn dat er voeding wordt gespuugd. Soms kan dit ook wit slijm, groen slijm (door gekleurd vruchtwater) of bruin slijm (bloed van de moeder dat de baby tijdens de bevalling heeft binnengekregen) zijn. De misselijkheid wordt na 24-48u vaak minder. Als de baby door het kokhalzen wat benauwd wordt, houdt de baby dan even rechtop of leg hem op de zij. Eventueel kan met een steriel gaasje uit het kraampakket het slijm uit het mondje worden weggehaald.

De normale temperatuur van een baby ligt tussen de 36,5gr en 37,5gr. Pasgeborenen kunnen snel afkoelen, voornamelijk doordat het lichaamsoppervlak twee- tot driemaal groter is dan de lichaamsinhoud. Omdat het hoofd van een pasgeborene in verhouding tot de rest van het lichaam groot is, wordt aangeraden om een muts op te zetten gedurende de eerste dagen. De kraamverzorgende kan advies geven wanneer de muts niet meer nodig is.

Adviezen:

  • De kraamverzorgende geeft in de kraamweek tips die ervoor kunnen zorgen dat de lichaamstemperatuur van je kind optimaal blijft.
  • Indien de temperatuur onder de 36,5gr of boven de 37,5gr moet je contact met ons opnemen.

Wanneer je baby te weinig vocht/voeding binnen krijgt kan het zijn dat hij uraten gaat plassen. Dit is sterk geconcentreerde urine die in de luier als een roze-oranje verkleuring te zien is. Het plassen van uraten komt regelmatig voor tijdens de eerste week na de geboorte. Deze verkleuring verdwijnt vanzelf wanneer je baby goed gaat drinken en daardoor meer gaat plassen.