Hoe ga je om met pijn

Dat bevallen gepaard gaat met pijn weet iedereen. De prangende vraag voor iedere zwangere vrouw is: hoe zal ik de pijn ervaren, kan ik de pijn aan?

Iedere bevalling is anders. Hoeveel pijn jij zal hebben en waar precies, kan niemand voorspellen. Gelukkig zijn er allerlei manieren om de pijn te verzachten. Mét en zonder medicijnen. Thuis of in het ziekenhuis.

https://deverloskundige.nl/over-de-verloskundige/subtekstpagina/187/bevallingspijn/

Feiten over weeën en pijn

  • Pijn komt en gaat
    De pijn tijdens de bevalling wordt veroorzaakt door weeën. Een wee is een samentrekking van de spieren in de baarmoeder. Deze pijn komt op, de pijn zal steeds heftiger worden, en zakt weer af waardoor de pijn minder wordt. Het is een soort golfbeweging. Tussen de weeën is er rust.
  • Je lichaam maakt natuurlijke pijnstillers aan
    Je lichaam reageert meteen op bevallingspijn door zelf pijnstillers (endorfines) aan te maken. Deze endorfines zorgen ervoor dat je minder pijn voelt.
    Angst of spanning belemmert de aanmaak van endorfines. Het is daarom belangrijk om zo ontspannen en comfortabel mogelijk te zijn tijdens de bevalling.
  • Verloop weeënpijn
    Aan het begin van een bevalling zit er meer tijd tussen de weeën en doen ze ook nog niet zo veel pijn. Op een gegeven moment worden de pauzes tussen de weeën korter, worden de weeën krachtiger en gaan ze meer pijn doen. Aan het einde van de bevalling, als de ontsluiting volledig is, gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën. Ook de pijn (beleving) tijdens het persen verschilt. De één ervaart het als een opluchting om mee te kunnen persen, de ander ervaart het als pijnlijk. Als je kindje geboren is, houden de weeën vrijwel direct op en heb je die heftige pijn niet meer. Je hebt vaak alleen nog een paar lichte krampen om de placenta los te laten komen.

Niet medicamenteuze pijnstilling

In het begin zijn de weeën nog goed te verdragen. Probeer zo lang mogelijk door te gaan met je normale bezigheden. Afleiding zoeken kan o.a. door te lezen, tv te kijken, muziek te luisteren, wat lekkers te bakken of nog een stuk te wandelen in de buurt.

Als de weeën sterker worden, zal de pijn toenemen. Vaak is het dan lastiger om te ontspannen. Door het wisselen van houdingen lukt dit soms beter. Voorbeelden van houdingen: leunend op bed, bank of tafel, heupwiegen, zijligging, op handen en knieën, zittend op een bal, de trap op en neer of wandelen. https://deverloskundige.nl/over-de-verloskundige/subtekstpagina/186/bevallingshoudingen/

Ademhaling- en ontspanningsoefeningen kunnen je helpen de weeën op te vangen. Door geconcentreerd weeën ‘weg te zuchten’, kan je in een ritme komen waarbij het lichaam zelf stoffen aanmaakt die een pijnstillend effect hebben: endorfinen. Deze endorfinen zorgen ervoor dat de pijn te verdragen is. Door je op het zuchten te concentreren, ben je minder op je weeën “gefocust” en ervaar je de weeën als minder pijnlijk.

Warmte helpt om te ontspannen. Zorg er daarom voor dat je voldoende kleding aan hebt en dat het in de kamer aangenaam warm is. Een warm bad, een douche of een warme kruik kunnen ook erg prettig zijn. Dit helpt om te ontspannen waardoor de pijn beter op te vangen is.

Een massage voor je rug en/of onderbenen kan een verlichtend gevoel geven. Vraag je partner of hij/zij je wil masseren. Vaak vinden partners het ook fijn dat ze wat voor je kunnen doen.

De geboorte-TENS (Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie) is een apparaatje waarmee je jezelf kleine stroomstootjes geeft. Je bedient het apparaatje zelf. Het kan je een gevoel van controle geven. Via elektrodes, draadjes die op je rug zijn geplakt, gaan de stroomstootjes je lichaam binnen. Het geeft een prikkelend of tintelend gevoel. Je kunt het vergelijken met koude handen die gaan tintelen als ze weer warm worden. Dit zorgt ervoor dat je de pijn tijdens de weeën minder voelt. De geboorte-TENS neemt de pijn niet helemaal weg maar kan de pijn wel verminderen . De TENS kan zowel thuis als bij een poliklinische bevalling gebruikt worden. Wil je gebruik maken van de geboorte-Tens, dan moet je dit zelf van te voren aanschaffen of ergens lenen.

Medicamenteuze pijnstilling

Voor pijnbestrijding met medicijnen moet je altijd naar het ziekenhuis. In de meeste gevallen (met uitzondering van lachgas) zullen wij de zorg dan ook overdragen aan het ziekenhuis. Bij toediening van medicatie tijdens de bevalling moet voortdurend je hartslag, bloeddruk en ademhaling gecontroleerd worden. Ook wordt de conditie van het kindje constant bewaakt door middel van een CTG (hartfilmpje). Deze apparatuur is alleen in het ziekenhuis aanwezig.

Lachgas (Relivopan®) is een mengsel van (di)stikstof(oxide)(N2O) en zuurstof (O2). Je geeft jezelf tijdens een wee lachgas via een mondneusmasker. Je doet een kapje over je neus en mond, hangt een kinmasker om en ademt het gas in. Na de wee haal je het kapje weer weg en dan stopt de toediening vanzelf. De verloskundige houdt in de gaten of je het lachgas goed gebruikt.

Voordelen van lachgas

  • Lachgas werkt al na 1 minuut.
  • Lachgas helpt je te ontspannen en zorgt dat je de pijn beter kunt verdragen.
  • Met lachgas hoeft de conditie van jou en die van je baby niet extra te worden gecontroleerd middels een hartfilmpje.
  • Je maakt de bevalling bewust mee.
  • Nadat je gestopt bent met lachgas inhaleren, is het weer snel uit je lichaam verdwenen.

Nadelen van lachgas

  • Van lachgas kun je je misselijk, duizelig of slaperig voelen. Deze bijwerkingen gaan snel weg wanneer je het kapje loslaat.
  • Je kunt niet rondlopen, door de apparatuur.
  • Tijdens het persen kun je geen lachgas gebruiken.

Remifentanil is een morfineachtige stof die wordt toegediend via een slangetje in de arm (infuus), dat vastzit aan een pompje. Je kunt zelf met een drukknop de hoeveelheid Remifentanil bepalen die je toegediend krijgt. Het pompje is zo afgesteld dat je jezelf nooit teveel kan geven.

Voordelen van Remifentanil:

  • Remifentanil werkt snel, vaak al na een paar minuten.
  • Remifentanil is makkelijk te regelen, dit kan door de verpleging in het ziekenhuis klaargemaakt worden.
  • Remifentanil verdooft de pijn beter dan pethidine.
  • Na de bevalling is Remifentanil snel uit je bloed verdwenen. Zowel jij als je baby hebben dus geen vervelende bijwerkingen na de bevalling.


Nadelen van Remifentanil:

  • Remifentanil kan van invloed zijn op je ademhaling en op de hoeveelheid zuurstof in je bloed. Hierom moeten jij en je baby bij gebruik van dit middel continue zorgvuldig in de gaten worden gehouden.
  • Remifentanil verdooft de pijn minder goed dan een ruggenprik.
  • Je kunt niet meer rondlopen. Door de sufheid kan je vallen.

Een ruggenprik is een injectie in je onderrug met een combinatie van verschillende pijnstillende medicijnen. De anesthesioloog brengt onder plaatselijke verdoving onder in je rug een naald aan. Daarbij moet je je rug bol maken en zoveel mogelijk stil blijven liggen of zitten. Via de naald wordt een dun, soepel slangetje in je rug gebracht. De naald gaat er weer uit, het slangetje blijft zitten. Door dit slangetje krijg je tijdens de hele bevalling pijnstillende medicijnen toegediend. Binnen 15 minuten voel je dat de pijn een stuk minder wordt. 

Voordelen van een ruggenprik

  • De meeste vrouwen voelen weinig pijn meer tijdens de weeën.
  • De ruggenprik werkt beter dan een pompje met Remifentanil.
  • Je wordt niet slaperig of suf van een ruggenprik en maakt de bevalling dus helemaal mee.

Nadelen van een ruggenprik

  • Soms, bij 5 tot 10 van de 100 vrouwen, werkt een ruggenprik onvoldoende. De ruggenprik wordt dan soms opnieuw uitgevoerd.
  • Het persen kan langer duren. Daardoor heb je meer kans op een bevalling met een vacuümpomp of tangverlossing.
  • Je hebt een grotere kans op een keizersnede.
  • De weeën zijn vaak minder krachtig, waardoor je extra medicijnen nodig hebt om de weeën krachtig en effectief te maken.
  • Je hebt vaak een lage bloeddruk. Daarom krijg je een infuus met vocht en soms medicijnen om te voorkomen dat je bloeddruk laag wordt.
  • Je kunt je bed niet uit, omdat je minder of geen gevoel hebt in je benen. Het gevoel komt langzaam weer terug nadat de toediening van de medicijnen is stopgezet.
  • Je hebt minder goed controle over je blaas. Daarom krijg je een blaaskatheter. Na de bevalling wordt deze weer verwijderd.
  • Je hebt vaker koorts. Je lichaamstemperatuur kan stijgen door een ruggenprik. Het is dan lastig om te bepalen of de koorts veroorzaakt wordt door de ruggenprik of door een infectie. Preventief krijg je dan vaak antibiotica. Soms moet de baby, na onderzoek door de kinderarts, worden opgenomen op de kinderafdeling en krijgt hij/zij ook antibiotica.
  • Soms hebben vrouwen na een ruggenprik last van hoofdpijn. Dit komt omdat er een gaatje in het hersenvlies is geprikt waaruit hersenvocht lekt. Deze hoofdpijn kan met medicijnen behandeld worden.