1e afspraak

1e afspraak

zwanger2017

Je eerste afspraak zal gepland worden tussen de 8e en 13e week van je zwangerschap (gerekend vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie).

Bij je eerste afspraak hoef je slechts je legitimatie met je burgerservicenummer mee te nemen.
Op de praktijk zal er een echo gemaakt worden om zo de uitgerekende datum te bepalen. Tevens zal er tijdens deze afspraak, indien gewenst, een gesprek plaatsvinden over de prenatale screening/diagnostiek/screeningsecho bij 20 weken. Hierna wordt er een vervolgafspraak gemaakt voor de intake.

Echoscopie

Bij de eerste afspraak op de praktijk zal er een echo gemaakt worden om zo de uitgerekende datum te bepalen. Afhankelijk van de zwangerschapsduur zal de echo vaginaal of abdominaal (via de buik) gemaakt worden. Voor een echo via de buik is een volle blaas vereist. Kom de eerste keer dus voor de zekerheid met een volle blaas !

Prenatale screening: Combinatietest / Nipt

downedwardsIndien je besluit dat je de screening op down-, edwards- en patausyndroom wil laten doen, dan heb je de keuze uit 2 testen:
1. de COMBINATIETEST
2. de NIPT

De COMBINATIETEST
De combinatietest bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:
1. een bloedonderzoek bij de zwangere in de periode van 9 tot 14 weken van de zwangerschap.
2. een nekplooimeting met een echo bij het kind in de periode van 11 tot 14 weken zwangerschap. Alle kinderen hebben een dun vochtlaagje onder de huid in de nek: de nekplooi. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans is dat het kind down-, edwards of patausyndroom heeft.

De combinatietest berekent de kans dat je kind down-, edwards of patausyndroom heeft. Het onderzoek geeft dus geen zekerheid. Bij een verhoogde kans op een kind met down-, edwards of patausyndroom kan je kiezen wel of geen vervolgonderzoek te doen. Bij dit vervolgonderzoek is met zekerheid vast te stellen of je kind een van deze aandoeningen heeft.
Indien de nekplooi 3.5 millimeter of meer is krijg je altijd uitgebreid aanvullend echoscopisch onderzoek aangeboden. Een verdikte nekplooi kan namelijk ook wijzen op andere chromosomale en lichamelijke aandoeningen bij het kind. Soms is er geen oorzaak te vinden voor de verdikte nekplooi en wordt het kind zonder aandoening geboren.
Bij de nekplooimeting kan de echoscopist soms ook andere afwijkingen zien bij het kind, nevenbevindingen. Als je kiest voor de combinatietest krijg je eventuele nevenbevindingen altijd te horen.

Kijk op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl voor meer informatie.


De NIPT
De NIPT is een bloedonderzoek bij de zwangere. Het laboratorium onderzoekt het DNA in het bloed op chromosoomafwijkingen en kan zo bepalen of je kind down-, edwards of patausyndroom heeft. In het bloed van de zwangere zit DNA dat afkomstig is van de placenta en DNA dat afkomstig is van de moeder. Het DNA van de placenta is bijna altijd hetzelfde als het DNA van het kind.
Je kan de NIPT doen vanaf 11 weken zwangerschap.
Ook bij de NIPT kunnen er andere chromosoomafwijkingen dan down-, edwards of patausyndroom gevonden worden, de nevenbevindingen. Je kan zelf beslissen of je deze nevenbevindingen wil weten. Er zijn verschillende soorten nevenbevindingen, van heel ernstig tot minder ernstig. Om zeker te weten om wat voor nevenbevindingen gaat, is vervolgonderzoek nodig, meestal een vruchtwaterpunctie of vlokkentest. Lees verder onder PRENATALE DIAGNOSTIEK.

Kijk op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl voor meer informatie.

20-weken echo

c Folder Informatie over de 20 wekenechoDe 20-weken echo wordt ook wel structureel echoscopisch onderzoek genoemd. Hoofddoel van de 20-weken echo is onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van een open rug of een open schedel. Er wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen van het kind. Hier kunnen ook andere lichamelijke afwijkingen worden gezien. Verder wordt er gekeken of het kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.
De 20-weken echo is geen garantie voor een gezond kind. Niet alle afwijkingen worden gezien op de echo. De echo brengt geen risico’s met zich mee voor moeder en kind.

Prenatale diagnostiek

Voor prenatale diagnostiek kom je in aanmerking als:

  • Uit de combinatietest en/of de NIPT is gebleken dat je een verhoogde kans hebt op een kind met het down-, edwards-, patausyndroom
  • Je draagster bent of de vader van je baby drager is van een chromosoomafwijking
  • Je eerder een kind hebt gekregen met (mogelijk) een chromosoomafwijking
  • In de familie een erfelijke ziekte voorkomt die met prenatale diagnostiek is op te sporen
  • En waarop een duidelijk verhoogde kans bestaat in deze zwangerschap.

Vlokkentest
Ook wel chorionvillusbiopsie genoemd.

Aan de rand van de vruchtzak, waarin de baby groeit, zit vlokweefsel. Dit weefsel vormt later de placenta (moederkoek). De cellen van de vlokken bevatten dezelfde chromosomen als de baby. Bij een vlokkentest wordt een zeer kleine hoeveelheid van deze vlokken opgezogen. Met deze test kunnen chromosoomafwijkingen en erfelijke aandoeningen worden opgespoord, maar geen neurale-buisdefecten.

De vlokkentest kan op twee manieren worden uitgevoerd: via de baarmoedermond of via de buikwand. Wanneer het onderzoek rondom 11 weken wordt uitgevoerd, gebeurt dit meestal via de baarmoedermond; na 12 tot 13 weken vaak via de buikwand. De vlokkentest brengt een risico op een miskraam met zich mee van 0.2 %.

Vruchtwaterpunctie
Ook wel amnioncentese genoemd.

De baby wordt in de baarmoeder omgeven door een hoeveelheid vruchtwater, waarvan bij een vruchtwaterpunctie een beetje wordt afgenomen. De vruchtwaterpunctie kan plaatsvinden vanaf de 15e week zwangerschap. Hiermee kunnen chromosoomafwijkingen, neurale-buisdefecten en enkele andere afwijkingen worden opgespoord. De vruchtwaterpunctie brengt een risico op een miskraam met zich mee van 0.2 %.

Kijk op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl voor meer informatie.